Sinds 1 januari 2010 is er een nieuwe wetgeving van kracht omtrent de erfbelasting. Sindsdien zijn enkele honderden huizenbezitters verrast door een hoge (erf)belastingaanslag. Deze week werd bekend dat de overheid deze mensen tegemoetkomt.
Vruchtgebruik
Het komt regelmatig voor dat ouders, wanneer ze op leeftijd komen, het huis voor een gunstige prijs verkopen aan (één van) de kinderen. De ouders worden dan de vruchtgebruikers van de woning; ze behouden het recht om kosteloos te blijven wonen in de woning. Bij overlijden van de langstlevende ouder krijgen de kinderen te maken met erfbelasting.
De oude situatie
In een resolutie uit 1964 staat dat bij overlijden van de vruchtgebruiker de erfbelasting berekend moet worden op basis van de waarde van de woning op het moment van overdracht.
De nieuwe situatie
Met de ingang van de nieuwe successiewet per 1 januari 2010 is de resolutie uit 1964 niet meer van kracht. Dit betekent dat er nu erfbelasting betaald moet worden over de waarde van de woning op het moment van overlijden. Die waarde is, met de behoorlijk gestegen huizenprijzen tot 2008, vele malen hoger. Dit resulteert in een veel hogere (erf)belastingaanslag.
Tegemoetkoming
Medio oktober 2011 bevestigde staatssecretaris Frans Weekers (Financiën) een overgangsregeling. Mensen die voor 1 januari 2010 onder de oude regeling vielen, blijven recht houden op een heffing over de lagere waarde van de woning. Voor mensen die na januari 2010 gebruik zijn gaan maken van de vruchtgebruikconstructie vallen wel onder de huidige successiewet.
Relevante link
Informatie Rijksoverheid schenk- en erfbelasting